1 De innerlijke zoektocht
De vragen die ontstaan over een geloof zijn niet enkel zaken van traditie of overtuiging, maar een beweging die diep in het menselijk bestaan kan doordringen. Wie zich afvraagt wat geloof betekent, betreedt geen rechte weg, maar een innerlijk landschap vol confrontatie en verwarring. In dit essay wordt onderzocht hoe de zoektocht naar geloof zich ontwikkelt vanuit vrijheid en verlangen, en hoe deze ervaring een eigen mysterie met zich meedraagt.
Een zoektocht naar het geloof begint niet altijd in het hart, maar kan door het hele bestaan heen een persoon op verschillende manieren raken. Het denken, de verwarring worden deel van deze innerlijke reis die niemand exact kan voorspellen. Wat opvalt, is dat ieder mens een verbinding of zoektocht naar het geloof op een unieke manier ervaart. Er is geen voorgeschreven vorm van de vrijheid van de mens. En daarbij moet worden aangetekend dat het begrip ‘geest’ voor ieder mens een andere ontwikkeling doormaakt. De relatie met het geloof is wezenlijk aan deze zoektocht. Juist in deze vrijheid ontstaat de mogelijkheid om te ontdekken wat het betekent om werkelijk het geloof te ondervinden, niet uit dwang, maar uit verlangen en het 'zijn' in hoe de mens is en wordt. De mogelijkheid om het persoonlijk belang belangrijk te blijven vinden geeft hierdoor meer potentie. Hier kan men spreken van de complexiteit tussen het leven en het geloof. Ieder aspect van het menszijn, waaronder de persoon, speelt een rol. “Verstand, gevoel, de ziel, geest, ieder beleeft het anders in het moment”.
Wanneer een mens naargelang de situatie op zoek gaat naar het mystieke van het geloof, komt er een proces op gang dat het leven op een andere manier diepgaand begint te raken. Nergens staat geschreven dat deze cyclus is verbonden aan vaststaande wetten met de verplichting te moeten geloven. Het is onmogelijk omdat de mens te maken heeft met onvoorziene levenszaken waarom niet altijd invloed kan worden uitgeoefend. Het is geen zoektocht die zich voordoet door uiterlijke vormen, maar die van binnenuit groeit, soms stil, dan weer confronterend. De stilte, zomaar door een onverwacht beeld ontstaan, wordt persoonlijk ervaren. De vrijheid van ondervinden ontstaat hierdoor omdat er een andere beweging plaatsvindt die ook vraagt om een andere handeling. Geleidelijk aan kan er een ander inzicht in de aanwezigheid van het Goddelijke ontstaan. niet alleen door de verplichting, maar door de ondervinding.
Zomaar verwarring en ongeloof en het loslaten van het ‘weten’ is een beeld van menselijkheid. De mens is vrij om niet te geloven en te ontdekken. De mens is namelijk niet in staat om voor God in te vullen hoe de ontwikkeling plaatsvindt. Doorgaans wordt deze ontwikkeling als een menselijk begrip neergezet en hierdoor is afstemmen op het Goddelijke een ingewikkeld proces. Waarom zou dit niet acceptabel zijn, waarom lijkt er een kloof te bestaan tussen het religieuze en het functioneren van het menselijk brein? Hoewel het innerlijke, de geest en het brein, afzonderlijk van elkaar onverklaarbaar zijn, blijft door deze onduidelijkheid een mysterie bestaan en daar mag op geanticipeerd worden. Hiermee wordt de menselijke vrijheid bezegeld.
Het verlangen of de nieuwsgierigheid om het geloof te leren kennen roept een dieper weten op, omdat het menselijke veranderingen wil zien. Gebonden moeten zijn is hierbij niet de uitdaging. De uitdaging is de invulling van het Mysterie te willen begrijpen. Daar hoort heel het menselijke bestaan bij zoals het zich ontwikkelt, met de kennis die de mens tot zich kan nemen. Wetenschap, kunst en cultuur en intelligentie spelen hierbij een grote rol, niet om het te ontrafelen, maar om het in vrijheid te mogen blijven toevoegen omdat het de menselijkheid in zijn geheel de eer en waardigheid kan geven van het leven. Een prachtige levensweg die de innerlijke zoektocht naar geloof aan vaststaande vormen achter zich laat. Zij groeit vanuit vrijheid, laat verwarring en stilte zien, en opent tegelijk een ruimte waarin het mysterie kan worden verwacht. In die ruimte blijkt geloof niet iets dat wordt opgelegd, maar iets dat zich laat zien als een vrije ontdekking binnen het menselijke bestaan.
-Terug naar inhoudsopgave volgend hoofdstuk-